Bedevaart Jordaniƫ Israƫl IJ1802 - dag 7

zondag 18 november 2018 | Aartsbisdom Utrecht

Utrechtse pelgrims brengen dag door in Bethlehem

Bethlehem
De Utrechtse pelgrims in het Heilig Land hadden op 18 november onder leiding van gids Khalid (“zeg maar Gerrit”), een Palestijnse christen, een druk programma in Bethlehem voor de boeg. Bethlehem ligt in Palestijns gebied. De nacht hadden de pelgrims doorgebracht in een hotel dat een waar doolhof bleek. Het is gevestigd in een voormalige paleis en verdeeld over twee gebouwen met eindeloze gangen. Het gevolg was dat ook het (terug)vinden van de hotelkamer soms een ware pelgrimage bleek.

De pelgrims gingen eerst naar de herdersvelden, waar de wakende herders destijds van de engelen hoorden dat Christus was geboren. In een kleine kerk voorzien van fraaie afbeeldingen van deze gebeurtenis, baden de pelgrims en zongen een toepasselijk Kerstlied. Ook bezochten ze één van de grotten waarin de herders verbleven. De bewuste herdersvelden zelf zijn overigens steeds kleiner geworden door de oprukkende bebouwing. Vervolgens gingen ze naar de melkgrot waar Maria, Jozef en Jezus zich hadden verborgen toen de engel Jozef had gewaarschuwd dat hij met zijn gezin naar Egypte moest vluchten omdat koning Herodes de kleine kinderen van Bethlehem zou vermoorden. Een icoon markeert deze plek. In deze melkgrot – genoemd naar het verhaal dat Maria bij het voeden van het kindje Jezus een druppel zou hebben gemorst waardoor de grot wit kleurde – baden de pelgrims de rozenkrans.

Geboortekerk
Na een bezoek aan een winkel en de lunch wilden de pelgrims de Geboortekerk bezoeken, gebouwd op de plek waar de stal stond waar Jezus is geboren. De rij was echter dusdanig lang dat besloten werd later die dag nog een poging te wagen. Eerst stond om 15 uur de Eucharistieviering gepland met alle Nederlandse pelgrims in de nabijgelegen Catharinakerk, als tweede ‘Nederlandse dag’ in het Heilig Land.

Hoofdcelebrant mgr. Woorts, bisschop-referent voor de bedevaarten, opende zijn preek met een anekdote over Mike. In de tijd dat hij pastoor in Hoonhorst was, hoorde hij van een moeder dat haar zoon Mike van school was thuisgekomen met de vraag: ‘Wanneer halen wij God van zolder?’ De verrassende vraag was ingegeven door het feit dat in zijn school direct na het Sinterklaasfeest de Kerstversiering was opgehangen. “Maar Mike moest nog even wachten, want bij hem thuis werd eerst de Advent gevierd,” aldus mgr. Woorts.

Hij stond vervolgens stil bij de Kerststal, die bijna allemaal hetzelfde zijn ingedeeld. Een aantal figuren komt uit het Evangelie: Maria, Jozef en Jezus, de herders en de koningen. “Maar de os en de ezel komen niet voor in het Evangelie, toch zijn ze al vanaf de vierde eeuw in de kerststal te vinden en wel dichtbij het kind. Wat hebben die os en de ezel ons te zeggen? Ze komen als het ware aangelopen uit het Oude Testament. Uit het boek van de profeet Jesaja, waarin staat: ‘Een os kent zijn eigenaar, een ezel de krib van zijn meester.’ De os en de ezel staan symbool voor ons die in dit kind God zelf erkennen. Ze worden ook gezien als christenen die voortkomen uit het Jodendom en het heidendom. Ze drukken samen met de herders en de koningen uit om met elkaar in eenheid en vrede te leven. De vrede die Christus is, die Hij heeft gebracht.”

Het is volgens mgr. Woorts “onze blijvende opdracht om daarvoor te bidden en eraan te werken. Want net als de koningen zijn ook wij naar Bethlehem gekomen om de Heer te aanbidden. Zo halen wij als het ware elke dag de Hemelse God van zolder om bij ons te wonen.” De Mis eindigde met een massaal gezongen ‘Eer zij God’, waarbij met name het ‘Gloria in excelsis Deo’ luid klonk.
De tweede poging om de Geboortekerk te bezoeken bleek vervolgens wel succesvol. Een kort schietgebed bij de ster die de geboorteplek markeert, de plek aanraken of er even een rozenkrans of andere devotionalia opleggen – het was voor de pelgrims een belangrijk moment. Na afloop volgde de busreis naar Jeruzalem.

Jeruzalem
Vicaris Ronald Cornelissen is bedevaartleider van de Utrechtse pelgrimage naar het Heilig Land. Hij is erg tevreden met het verloop van de eerste week en de gemaakte keuzes bij het samenstellen van het programma. “Ik vind het een geweldige bedevaart. We hebben nu als slotonderdeel nog enkele dagen in Jeruzalem voor de boeg en dat heb je nodig in deze stad. We zijn begonnen in Jordanië. Zo beleven we bewust de opgang naar Jeruzalem. Niet alleen inhoudelijk bouw je de bedevaart zo op, ook qua beleving: vanuit de ruige natuur van Jordanië naar de drukkere plaatsen in Israël.”

Ervaringen
De groep is gevarieerd maar al snel een eenheid geworden, zo merkt Cornelissen. “We doen veel deze tien dagen, maar door de dagelijkse Eucharistieviering, het gebed en het lezen van de relevante Bijbelverhalen kun je de gebeurtenissen steeds in perspectief plaatsen. Het blijft mooi om op deze plaatsen de Schrift te openen, zo gaat het echt leven.”

Het is voor hem de zesde keer dat hij op bedevaart is naar het Heilig Land. In die jaren heeft hij het steeds drukker zien worden. “Die drukte is natuurlijk ook een goed teken: het betekent dat velen zich interesseren voor deze plaatsen. En het is nu veel veiliger. Toen ik in 1994 kwam, was het nog onrustig en dat gold ook voor enkele bedevaarten die ik daarna maakte. Zo moesten we in 2001 halsoverkop Bethlehem verlaten omdat een Israëlische soldaat was doodgeschoten en het leger vervolgens beschietingen uitvoerde. Maar Nederlanders hebben zich in die tijd niet laten weerhouden om naar het Heilig Land te gaan, in tegenstelling tot veel andere landen.”

De vorige keren ging hij in het voorjaar, kort voor de Goede Week. “Dat was heel bijzonder, als je dan net terug was uit Jeruzalem vierde je in Nederland Palmpasen. Zo beleef je de opgang naar Pasen dieper. Nu gaan we juist richting Kerstmis, dat is ook bijzonder.”

Een hoogtepunt van deze bedevaart vindt vicaris Cornelissen de vierende momenten, inclusief elke dag een Eucharistieviering. “Dat laatste is een belangrijk ankerpunt van de dag, waarin de dingen samenkomen. Verder maakt de berg Tabor op mij steeds weer indruk. Het is een soort puist in het landschap, maar de plek raakt me door wat zich daar heeft afgespeeld: de voorafbeelding van de verheerlijkte Christus. Die plek heeft me van meet af aan aangesproken.”